Hoe toon je aan dat de afbouw/inrichting eenvoudig te scheiden is van de constructie?

22 januari 2020 Hoe toon je aan dat de afbouw/inrichting eenvoudig te scheiden is van de constructie?

Deze vraag komt op twee plekken terug in GPR Gebouw, in het thema Milieu en bij het thema Toekomstwaarde. Let bij beide thema’s weer op de gedachte achter deze thema’s.

Toekomstwaarde
Bij dit thema gaat het om: De inbouw (het flexibele deel zoals scheidingswanden, dakdoorbraken, installaties, leidingen binnen de woning, binnenafwerking en woninguitrusting) wordt gescheiden van de drager (het vaste deel zoals hoofdconstructie, gevels en leidingen naar buiten de woning) gebouwd. Door scheiding van drager en inbouw kan bij veranderende woonbehoeften of veranderende eisen aan de woning de ruimte met geringe inspanning een andere indeling, uitrusting of afwerking krijgen. In het eerste ‘i-tje’ zeggen wij daar nog bij; “zonder schade”.

Wat W/E daar mee bedoelt is dat er in de wanden geen leidingwerk loopt, waardoor het anders indelen van de ruimte in de toekomst – wat het doel is van dit thema – zonder slag of stoot kan. Als er in bijv. kalkzandsteenwanden geen leidingen zitten, kunnen de punten worden toegekend. Als er na weghalen geen schade is ontstaan aan vloer en plafond – of dat is zeer gemakkelijk te herstellen, dan kunnen ook punten worden toegekend. NB Als vloerverwarming in de dekvloer zit, dan zou het wel te scheiden zijn. Omdat dit niet de constructieve deel van de vloer is.

Bij het thema Milieu gaat het om het hergebruik van de materialen en het efficiënt gebruik van materialen.

Deel dit bericht: